Onderstaande tekst wordt gezongen door Freek de Jonge
Pierlala, voordracht uit eigen werk en opening website
beluister
Komt hier albij en hoort een klucht,
het is van Pierlala,
een drollig ventje vol gerucht,
de vreugd van zijn papa.
Wat in zijn leven is geschied
dat zult gij horen in dit lied:
‘t is al van Pierlala, ha, ha,
‘t is al van Pierlala.
Zo zeer was Pierlala bemind
van moertjen en vaartjen saam
dat zij hem zeiden: Hoor eens kind,
ons enig erfgenaam,
gij wordt haast meester van ons goed
daarom zie wel toe wat gij doet.
‘t Is wel, zei Pierlala, ha, ha,
‘t is wel, zei Pierlala.
Maar als nu was den vader dood,
ons armen Pierlala
die heeft zijn vrienden al genood
op ‘t uitvaart van papa.
Hij hield niet veel van lekkernij,
hij gaf ze t’ eten pap en brij.
‘t Is bon, zei Pierlala, ha, ha,
‘t is bon, zei Pierlala.
Daarvan werd Pierlala zo dul,
dat hij raakte op den loop
en met zijn makkers in de krul
liep zuipen stoop op stoop.
Als hij dan thuis kwam vol en zat,
hij gaf zijn wijf een schup in ‘t gat.
Bon daar, zei Pierlala, ha, ha,
bon daar, zei Pierlala.
Omdat hem dit stak in den kop,
heeft hij zeer veel verteerd.
Maar als zijn schijven waren op,
sprak hij: Ik ben geleerd.
Hoe dat van trouwen komt profijt,
ziedaar ik ben mijn schijven kwijt.
‘t Is op, zei Pierlala, ha, ha,
‘t is op, zei Pierlala.
En Pierlala die had weer geld,
zijn moeiken die was dood.
Hij deelde veel en was hersteld,
hij sprak: ‘k Zit nog in nood.
Was ik maar van die soldaterij,
maar hoe zal ik dan raken vrij?
‘k Weet raad, zei Pierlala, ha, ha,
‘k weet raad, zei Pierlala.
Als hij die drank nu binnen had,
sprak hij: ‘k Ben nog meer krank.
‘t Is aan mijn hert, ik weet niet wat,
en ik leef geen uren lang!
Hij maakte dan zijn testament,
aan al zijn vrienden wel bekend.
Ik sterf, zei Pierlala, ha, ha,
ik sterf, zei Pierlala.
Alsdan werd Pierlala gekist
met zijn twee billekens bloot.
Want niemand anders dacht of wist,
of Pierlala was dood.
Hij werd begraven met den trom,
de klokken luidden bim, bam, bom.
‘t Was fraai, zei Pierlala, ha, ha,
‘t was fraai, zei Pierlala.
Als hij nu was in ‘t graf geleid,
een half uur, zo ik meen,
de vrienden namen dan afscheid
en trokken er van heen.
Hij schopte ‘t deksel van de kist
en kroop eruit, ‘t geen niemand wist.
Ik leef, zei Pierlala, ha, ha,
ik leef, zei Pierlala.
17e-eeuws lied. Bovenstaande tekst is niet compleet; het lied telt 25 strofen.Pierlala jaagt zijn erfenis door te feesten mijn zijn vrienden en te trouwen. Als zijn geld op is gaat hij noodgedwongen in dienst. Om uit het leger te komen, zet hij zijn eigen dood in scene.
Er zijn vele tekstvarianten op dit lied. Vrijwel altijd wordt hij begraven om vervolgens uit de kist te springen; vaak om commentaar te leveren op de laatste politieke ontwikkelingen.
Tags: freek de jonge, liederen, pierlala, volksliederen